Welkom

Voorwoord

Stambomen

Biografieën
Nicolaas en Jannigje
Willem Joseph
Joannes en Anna
Henricus en Wilhelmina
Willem en Dirkje
Piet en Nel
Peet en Tine
Ad en Jo
Johannes Nicolaas Ignatius
Jeroen en Su

Kwartierstaat
Peter Michiel

Bronnen

Overig

Contact
 


IIIb
Henricus Clausman
en
Wilhelmina Captein



Jeugdjaren

Henricus werd op 18 april 1842 's avonds 9 uur geboren als tweede zoon en negende kind in het gezin van Joannes Henricus Clausman en Anna Elisabeth Pompe in de ouderlijke woning aan de Voorstraat te Woerden. Zijn vader was broodbakker, zijn moeder had geen beroep. Er waren twee getuigen, de kleermaker Klaas Volkers en de koopman Ludovicus Petrus Zwetsers. Wilhelmina werd op 15 mei 1852 's morgens om 1 uur geboren in het gezin van Pieter Captein en Cornelia Zijerveld te Bodegraven, wijk M nummer 20. Volgens de geboorteakte was haar vader bouwman en haar moeder bouwvrouw van beroep. Een van de getuigen, Govert van Vliet, was eveneens bouwman, de andere, Adrianus Voordam, winkelier. Over beider jeugdjaren is weinig te melden. De bouw van een station en de aansluiting van Woerden aan het spoorwegnet moeten belangrijke evenementen voor Henricus zijn geweest. Hij is amper 13 jaar oud als op 21 mei 1855 de opening van de spoorwegaansluiting met Utrecht en Gouda plaats vindt.

Beroepen

Henricus begint zijn werkzaam leven als broodbakkersknecht in het bedrijf van zijn vader. Tussen 1862 en 1880 verandert hij van beroep, hij is achtereenvolgens: eerste officier van gezondheid, rijtuigverhuurder en logementhouder. Wat de functie in de gezondheidssector inhield is moeilijk te beoordelen. De titel wijst op een zekere officiële status. Mogelijk is hij enige tijd verbonden geweest aan de strafgevangenis welke van 1830 tot 1872 in het kasteel van Woerden was gevestigd. In 1874 koopt hij van zijn vader een pakhuis met erf aan de Achterstraat in Woerden met een grondoppervlakte van 150 m¼2½. De koopsom van 2000 gulden blijft hij voorlopig aan zijn vader schuldig. In de koopakte wordt vermeld dat Henricus op dat moment zonder beroep is, dit zou verband kunnen houden met de sluiting van de strafgevangenis in 1872. Het is aannemelijk dat de aankoop bedoeld is om Henricus de kans te geven als rijtuigverhuurder een nieuwe broodwinning op te bouwen, Joannes helpt hem hier financieel om weer in het zadel te komen. Henricus woont tot aan het overlijden van zijn vader op 24 mei 1875 bij zijn ouders in huis. Hij vertrekt daarop samen met zijn moeder, Anna Elisabeth naar [Bevolkingsregister 1862-1881, Wijk A, Deel II, pag.38], vervolgens woont hij nog [alleen?] op het adres [Bevolkingsregister 1862-1881, Wijk A, Deel V, pag.88]. De ontmoeting met Wilhelmina brengt hem uiteindelijk tot het beroep van logementhouder, al blijft hij daarnaast ook rijtuigverhuurder. Het is overigens niet eens zo onwaarschijnlijk dat Wilhelmina de drijvende kracht achter het logement was en Henricus in dit opzicht de tweede viool speelde.
 

De dubbele Sleutel

Wilhelmina was inmiddels op [Datum] te [Plaats] in het huwelijk getreden met Cornelis Vreeswijk, afkomstig uit Montfoort. Het echtpaar vestigde zich in aanvang in laatstgenoemde plaats waar het een logement exploiteerde. In 1877 kocht Cornelis voor dit doel een pand in Woerden. Dit gebouw wordt in de koopakte omschreven als: het gunstig gelegen ruime logement en koffijhuis met stalhouderij genaamd “De dubbele Sleutel”, staande en gelegen binnen Woerden aan de Voorstraat nabij de Leidsche Straatweg, plaatselijk getekend Wijk A nommer 310 strekkende voor van de Straat tot achter aan den Rhijn met een daarbij behorend erf in de Achterstraat Kadastraal bekend Sectie C Nommer 541 en 789 tezamen groot drie roeden en vier en zeventig ellen. (350 m2 PHC). Het pand was in 1970 eigendom van de heer Plevier die het liet afbreken en op de locatie ervan het winkelgebouw van de HEMA liet oprichten. Vóór 1872 was Franz Pfenning, een in Woerden woonachtige manufacturier, eigenaar van het pand, hij verhuurde het inclusief een bedrijfsinrichting aan Matthijs van Zoelen, kastelein en logementhouder. Matthijs kocht het pand op 10 april 1872 voor 6.000 gulden plus 650 gulden voor de inventaris. Hij bleef de gehele koopsom schuldig en verleende Pfenning hypotheek, de rente werd op 5% per jaar vastgesteld. Bij dezelfde akte nam Matthijs nog de verplichting op zich om voor 1 mei 1873 voor tenminste 3.000 gulden aan onderhoud van het gebouw te zullen spenderen. In 1873 werd Matthijs voor de hoofdelijke omslag ingedeeld in groep vijf met een gemiddeld inkomen van 1.100 gulden, hij was toen. Mogelijk zijn de verplichtingen die hij op zich nam hem te zwaar geweest, hij bleek niet staat zijn financiën gezond te houden. Bij deurwaardersexploot van 15 september 1877 werd op grond van een achterstand in zijn verplichtingen ad 950 gulden de gehele schuld, pro resto groot 5.250 gulden plus rente opgeëist door de erven van de inmiddels overleden Franz Pfenning. Tijdens de openbare verkoping van 17 oktober 1877 werd Cornelis Vreeswijk als hoogste bieder voor 14.900 gulden k.k. eigenaar. Cornelis en Wilhelmina vestigden zich op 24 september 1877 in dit pand en zetten daarin het door Matthijs van Zoelen uitgeoefende beroep voort. Cornelis overleed reeds kort daarna op 5 februari 1879, waarna Wilhelmina het bedrijf voortzette. Zij was enig eigenares van het pand geworden door vererving en doordat de moeder van Cornelis, Alberta Dorrestein, háár aandeel in de erfenis verwierp. De echtverbintenis van Cornelis en Wilhelmina was kinderloos gebleven. Het gebouw heeft tot ver in de 20ste eeuw een sociale functie in Woerden gehad. Tijdens de exploitatie ervan door Wilhelmina en Cornelis en later Henricus was er een toneelzaal in gevestigd waarin buiten het toneel een piano, een buffet, 12 koffiehuistafels en 110 stoelen stonden. In dit zaaltje oefende een plaatselijke amateursvereniging van toneelspelers en gaf er uitvoeringen. In de koffiekamer stond een biljart en een buffet, 10 tafels en 32 stoelen. Ook in het sociëteitslokaal stond een biljart met 6 tafels en 24 stoelen. Er werd naast koffie ook bier, wijn en sterke drank geschonken.
 

Henricus en Wilhelmina

Op 8 januari 1880 huwden Henricus en Wilhelmina, hun eerste kind werd reeds in hetzelfde jaar op 9 augustus geboren. Hun huwelijk was uitermate vruchtbaar, het duurde iets langer dan 16 jaar in welke tijd er 16 kinderen geboren werden. Twee ervan kwamen levenloos ter wereld en vier anderen overleden vóór hun eerste verjaardag. Van de tien overblijvende kinderen stierven er nog twee voor de dood van Henricus, de resterende acht kinderen bereikten gemiddeld een ouderdom van 78 jaar. Op 24 maart 1896 overleed Wilhelmina 's avonds om zes uur in een ziekenhuis te Utrecht, naar verluidt aan de gevolgen van een miskraam.
 

laatste jaren van Henricus

Henricus overleefde Wilhelmina bijna een kwart eeuw. Hij droeg het logementsbedrijf nog in 1896 over aan Andries Cornelis Waltz. Een speculatieve veronderstelling is dat Wilhelmina de drijvende kracht achter het logement is geweest en Henricus het na haar dood wel voor gezien hield. Ook het gezin bleef niet onaangetast, de drie jongens werden naar kostschool gezonden, waar zij drie volle jaren verbleven.
 
Henricus stierf op 1 augustus 1920 's morgens om zes uur in het pand Voorstraat 16 te Utrecht.