Welkom

Voorwoord

Stambomen

Biografieën
Nicolaas en Jannigje
Willem Joseph
Joannes en Anna
Henricus en Wilhelmina
Willem en Dirkje
Piet en Nel
Peet en Tine
Ad en Jo
Johannes Nicolaas Ignatius
Jeroen en Su

Kwartierstaat
Peter Michiel

Bronnen

Overig

Contact
 


Vb
Adrianus (Ad) Clausman
en
Johanna (Jo) Josephina Mulder


Jeugdjaren

Ad werd op 2 april 1926 's morgens 6 uur in het pand Voorstraat 18 te Utrecht geboren als zevende kind en tweede zoon in het gezin van Petrus Henricus Clausman en Petronella Mechtilda Lutters. Hij werd vervolgens in de r.-k. parochiekerk 'Sint Willibrordus' aan de Minrebroederstraat te Utrecht gedoopt. De geboorte van Jo vond plaats op 13 juni 1939 in het pand Wolfstraat 44a te Helmond, zij was het vierde kind en de vierde dochter in het gezin van Hendrikus Johannes Antonius Mulder en Maria Johanna Josephine de Kimpe, zij werd gedoopt in de r.-k. parochiekerk 'Sint XXXX' aan de XXXXXstraat te Helmond. Ad werd van september 1930 tot augustus 1932 geplaatst op de afdeling bewaarschool van de r.-k. meisjesschool 'Sint Aloysius' aan de Ganzenmarkt te Utrecht. Vervolgens bezocht hij van september 1932 tot augustus 1938 de lagere school 'Sint Gregorius' van de fraters van Tilburg aan de Kromme Nieuwegracht 34 te Utrecht. Daarna volgde hij van september 1938 tot augustus 1941 onderwijs aan de afdeling Mulo-B van dezelfde school, gevestigd aan de Nobeldwarsstraat 9 te Utrecht, waar hij in 1941 het diploma haalde. De opleiding werd nu van september 1941 tot juli 1945 voortgezet aan het 'Sint Bonifacius' lyceum, Kromme Nieuwegracht 3 te Utrecht, waar hij in 1945 het diploma HBS-B behaalde. De schoolopleiding werd nu voor een viertal jaren onderbroken als gevolg van militaire dienst. Van september 1949 tot juli 1952 bezocht hij de MTS (nu HTS) aan de Vondellaan te Utrecht, hij sloot zijn opleiding af met het behalen van het diploma weg- en waterbouwkundige. Jo volgde na de lagere school te Helmond een MULO opleiding, welke niet resulteerde in een diploma (welke scholen en waar gevestigd?). Vervolgens genoot zij vakonderwijs typen, boekhouden, steno, notuleren en kennis van automatisering.
 

Militaire dienst

Ad had zich in juli 1945, na een oproep daartoe van de regering, aangemeld als OVWer (OorlogsVrijWilliger) i.v.m. de bevrijding van Nederlands Oost IndiČ van de Japanners. Tot zijn oproep in effectieve dienst had hij een tijdelijk baantje bij de Verzekeringsmaatschappij Sint Willibrord aan de Maliesingel te Utrecht. Begin 1946 werd Ad in werkelijke dienst opgeroepen en ingedeeld bij het regiment Stoottroepen. Hij was vanaf 3 januari 1946 gelegerd in de Jan van Kornputkazerne te Steenwijk waar hij zijn militaire basisopleiding kreeg. In februari 1946 werd hij als militair met een aantal collega's getransporteerd per vrachtauto, deze sloeg bij Woeste Hoeve op de Veluwe over de kop. [Hoe kwam dat?]. Zijn hele verdere leven bleef hij last houden van een daarbij opgelopen beschadiging aan de wervelkolom. April 1946 volgde transport met de MS Tabinta naar Engeland. Hij werd gelegerd in een oud invasiekamp uit de tweede wereldoorlog, genaamd Easthampstead Park Camp nabij Wokingham, dat weer nabij Reading aan de Avon is gelegen. Hier diende te worden gewacht op Engelse toestemming voor het verdere transport naar Nederlands-IndiČ, waartoe hij in mei 1946 als soldaat te Southampton werd ingescheept op de MS Ruijs. In juni 1946 volgde debarkement in Tandjok Priok waar hij met een compagnie Stoottroepen, inmiddels als soldaat 1e klasse, werd ingedeeld bij het Prins Bernhard Bataljon van de KNIL, gelegerd te Bandoeng-Tjirandjang, Tjipatat en Oedjoeng Boeroeng. De taak van dit bataljon was de verdediging van Bandoeng en het vrij houden van de verbindingsweg tussen Bandoeng en Batavia. I.v.m. ernstige rugklachten werd hij in november 1946 afgekeurd voor infanteriedienst en overgeplaatst naar CVP (Commissie van Proefnemingen van de Artillerie van de KNIL), waar hij tot sergeant werd bevorderd. De taak van dit onderdeel was o.m. de samenstelling van schootstabellen voor veldgeschut, mortieren en [bommen?]. Daarnaast werden proefnemingen gedaan voor het gebruik van Japanse munitie in Engels stukken, diverse landen weigerden om politieke redenen de levering van munitie. Inmiddels namen de rugklachten dermate ernstige vormen aan dat hij in februari 1949 met het hospitaalschip "De Groote Beer" naar Nederland werd getransporteerd. De ontscheping vond in maart 1949 te Amsterdam plaats. Hij bleef [enige maanden] in het militaire hospitaal te Utrecht, waaruit hij werd ontslagen [na ondertekening van een verklaring dat hij genezen was?].
 

Beroep

September 1949 werd de schoolopleiding tot weg- en waterbouwkundige aan de MTS begonnen. In het kader van deze opleiding liep Ad van augustus 1950 tot augustus 1951 stage bij de Provinciale Waterstaat van Utrecht. Hij verrichtte hierbij opzichterswerkzaamheden bij de aanleg van wegen en bruggen in de omgeving van Montfoort - Lopik - Cabauw - Schoonhoven. Na het behalen van zijn diploma in [? 1952] werkte hij van augustus 1952 tot maart 1953 als uitvoerder bij Aannemingsbedrijf Maurik te Groot Ammers. Het werk concentreerde zich grotendeels rond 's-Hertogenbosch en betrof rioleringen, wegen, sportvelden, een hertenpark en de sloop van een oud wijk [Welk wijk]. Ook de aanleg van een weg te Kamerik kwam aan bod. [Waar woonde je in die tijd? Wanneer ben je definitief van huis gegaan?]. Van maart 1953 tot oktober 1987 werkte Ad bij ingenieursbureau van Kleef B.V. te Vught, eerst als opzichter en vanaf 1961 als hoofdopzichter. Hij was daarbij belast met de begeleiding op technisch, financieel en organisatorisch gebied van de door het ingenieursbureau ontworpen werken voor Rijks Waterstaat, Provincie Noord-Brabant en Limburg en gemeenten en waterschappen in dit gebied met betrekking tot wegen, bruggen, rioleringen, rioolzuiveringsinstallaties, rioolgemalen, persleidingen en uitbreidingsplannen. Jo werkte van oktober 1956 tot november 1961 als administratief assistente bij de katoenfabriek Van Vlissingen te Helmond. In aansluiting daarop werkte zij als fakturiste bij de Textielmaatschappij Artex te Helmond, zij beeindigde deze baan op 30 juni 1962 wegens haar komend huwelijk. Jo ging in november 1978 weer in dienstbetrekking bij de Brabantse Verpakkingshandel te Haarsteeg (Vlijmen), waar zij een jaar administratief medewerkster was. Vanaf 1 december 1979 trad zij in dienst bij de AAG (???) te 's-Hertogenbosch als secretaresse bij de afdeling Administratieve Dienst. Per 1 juni 1987 volgde overplaatsing naar de financiČle administratie bij hetzelfde bedrijf.
 

Gezondheid

In 1957 onderging Ad een operatie wegens hernia in het St Anthonius Ziekenhuis te Utrecht, in 1973 volgde een buikoperatie in het Groot Ziekengasthuis te 's-Hertogenbosch, waarbij een gedeelte van de slagaders voor de bloedtoevoer naar de benen werd vervangen door een "broekstuk" van kunststof. In 1980 werd hij in het Prot. Ziekenhuis Willem Alexander, eveneens te 's-Hertogenbosch, geopereerd ter verwijdering van de galblaas. Ad staakte wegens lichamelijke gebreken zijn werkzaamheden per 1 oktober 1986. Na een jaar uitkering volgens de Ziektewet volgde afkeuring voor arbeid op grond van volledige invaliditeit.
 

Gezin

Ad en Jo trouwden op 27 juli 1962 in het [Stads][Gemeente]huis te Helmond. De kerkelijke inzegening vond plaats op 31 juli 1962 in de Sint Willibrorduskerk aan de Minrebroederstraat te Utrecht. Broer Peter Clausman en (broer/zus) ?? Mulder waren getuigen. Ad en Jo vestigden zich in IJsselstein (Venraij) in een gehuurde salonwagen, staande aan de Heidse Peelweg. Ad had destijds in die omgeving een werk in uitvoering, de aanleg van de Midden Peelweg. Op 6 mei 1963 werd in deze salonwagen hun eerste kind, dochter Ivette geboren. Op 8 mei 1963 volgde haar doop in de r.-k. parochiekerk "Sint Oda" te IJsselstein. Het wachten was nu op het gereed komen van hun eigen huis aan de Pieter Breughelstraat 33 te Vlijmen, dat zij op 1 mei 1964 betrokken. Op 1 november 1964 werd in dit pand de tweede dochter, Birgitta geboren. Zij werd op 2 november 1964 gedoopt in de r.-k. parochiekerk "De Goddelijke Voorzienigheid" te Vlijmen. Ivette volgde na haar lagere school te [Vlijmen?] de HAVO te Drunen en behaalde in 1981 haar diploma. Zij volgde daarna een opleiding tot 2e graads lerares aan het Moller Instituut (onderdeel van de Katholieke Hogeschool) te Tilburg en behaalde in december 1987 de eindstreep. Birgit volgde na de lagere school in [Vlijmen?] de MAVO te Vlijmen, in 1980 afgerond met een diploma. Zij volgde daarna in de voetstappen van haar vader, van 1981? [deed zij een jaar niets?] tot 1987 werd zij aan de MTS te 's-Hertogenbosch opgeleid, eerst tot bouwkundige (1986) en daarna tot weg- en waterbouwkundige (1987). Zij kreeg in 1987 een funktie bij het Aannemersbedrijf v/h Van de Plas te Rosmalen.